Nippon Chronicles: Epiloog
De laatste dag was een dag van wachten. Wachten op de metro, die ons bracht naar waar we moesten wachten op de trein, die ons bracht naar waar we moesten wachten op de express naar het vliegveld, die ons bracht naar waar we moesten wachten op de check-in, waarna we moesten wachten op het vliegtuig, waarin we moesten wachten op aankomst, waarna we moesten wachten op paspoortcontrole, waarna we moesten wachten op de TGV, waarna we moesten wachten op de trein, waarna we moesten wachten tot vava ons naar mijn ouders deed. Soms was dat 1 minuut, soms was dat 6 uur. Ondertussen was al mijn geld er net door. Ik heb nog 300 en over (minder dan 2 euro).
Maar ietsje daarvoor was nog wel interessant. Nadat we van onze ryoukan-avondklok verlost waren, doken we eindelijk het Japanse nachtleven induiken. De aanblik van Roppongi was getransformeerd. Plots veel buitenlanders op straat, waarvan de meesten ons probeerden binnen te krijgen in hun club. Een imposante zwarte vroeg ons binnen in het Sports' Café. Dat deden we, maar enkel omdat Salsa Sudada (als ik de naam correct herinner) in het zelfde gebouw was :) Zoals ik al zei, alles is verticaal daar, dus binnenroepers zijn echt wel essentieel voor een bedrijfje op het zoveelste verdiep, want Europeanen kijken daar echt niet naar.
De sfeer was tof, niet zoveel volk, een echte overvloed aan verschillende cocktails, en genen zever hoor: zelfs de old-fashioned stond op de kaart. Na lang lang lang te zitten tetteren met mijn broer wou ik toch eens met mijn booty shaken want er was maar max één koppel op het dansvloertje. If you got hips, use them! Maar zeg, de Japanse (en Europese) vrouwtjes doen moeilijk ze. Waarom kom je nu naar een salsaclub als je de hele nacht aan de toog gaat zitten? Eentje wou, maar niet nu. Ja, daar moet je bij mij niet mee afkomen he :) Uiteindelijk bleek dat ze strontzat was, want ze viel om toen ze haar zit verliet, haar gsm en toebehoren over de vloer uitstrooiend.
Ik had ondertussen de dame gestolen van het koppel dat net de vloer verliet. Ze leek toch wel wat geschokt dat die blonde gaijin plots haar ten dans kwam vragen. Wie weet hoeveel sociale taboes ik die avond niet aan mijn laars gelapt heb, hehehe.
Het startte goed, hoewel zowel zij als ik wat nerveus waren. Ik dreef de moeilijkheidsgraad wat op en ze volgde nog schoon. "Kom," dacht ik, en smeet een dubbele draai ertussen. Ik leidde zorgvuldig met extra nadruk, maar ze voerde hem sowieso aanbiddellijk uit. Ok! Dat is gewoon vollen bak variatie dan.
Jammer genoeg was dat de enige dans van de avond, maar kwalititeit boven kwantiteit, he.
En ondertussen sta ik op Belgische bodem, met toch een beetje reverse-heimwee. Afgezien van een catastrofale aardbeving, vulkaanuitbarsting, tsunami, tyfoon of waterstofbom, kunnen we nog altijd eens terug natuurlijk, maar ik zal missen dat de liften tegen me babbelen, dat ik Engels kan leren op de trein, dat ik gratis drinken krijg in elk restaurant, dat de straten altijd aangenaam ruiken, dat de allernieuwste anime gewoon op tv komen, dat er een prachtig schrijn is om de zes huizen en dat vrouwen nog elegant zijn.
Wim
PS. Zie dat laatste als een aanmoediging, niet als een steek, he meisjes ;)
Maar ietsje daarvoor was nog wel interessant. Nadat we van onze ryoukan-avondklok verlost waren, doken we eindelijk het Japanse nachtleven induiken. De aanblik van Roppongi was getransformeerd. Plots veel buitenlanders op straat, waarvan de meesten ons probeerden binnen te krijgen in hun club. Een imposante zwarte vroeg ons binnen in het Sports' Café. Dat deden we, maar enkel omdat Salsa Sudada (als ik de naam correct herinner) in het zelfde gebouw was :) Zoals ik al zei, alles is verticaal daar, dus binnenroepers zijn echt wel essentieel voor een bedrijfje op het zoveelste verdiep, want Europeanen kijken daar echt niet naar.
De sfeer was tof, niet zoveel volk, een echte overvloed aan verschillende cocktails, en genen zever hoor: zelfs de old-fashioned stond op de kaart. Na lang lang lang te zitten tetteren met mijn broer wou ik toch eens met mijn booty shaken want er was maar max één koppel op het dansvloertje. If you got hips, use them! Maar zeg, de Japanse (en Europese) vrouwtjes doen moeilijk ze. Waarom kom je nu naar een salsaclub als je de hele nacht aan de toog gaat zitten? Eentje wou, maar niet nu. Ja, daar moet je bij mij niet mee afkomen he :) Uiteindelijk bleek dat ze strontzat was, want ze viel om toen ze haar zit verliet, haar gsm en toebehoren over de vloer uitstrooiend.
Ik had ondertussen de dame gestolen van het koppel dat net de vloer verliet. Ze leek toch wel wat geschokt dat die blonde gaijin plots haar ten dans kwam vragen. Wie weet hoeveel sociale taboes ik die avond niet aan mijn laars gelapt heb, hehehe.
Het startte goed, hoewel zowel zij als ik wat nerveus waren. Ik dreef de moeilijkheidsgraad wat op en ze volgde nog schoon. "Kom," dacht ik, en smeet een dubbele draai ertussen. Ik leidde zorgvuldig met extra nadruk, maar ze voerde hem sowieso aanbiddellijk uit. Ok! Dat is gewoon vollen bak variatie dan.
Jammer genoeg was dat de enige dans van de avond, maar kwalititeit boven kwantiteit, he.
En ondertussen sta ik op Belgische bodem, met toch een beetje reverse-heimwee. Afgezien van een catastrofale aardbeving, vulkaanuitbarsting, tsunami, tyfoon of waterstofbom, kunnen we nog altijd eens terug natuurlijk, maar ik zal missen dat de liften tegen me babbelen, dat ik Engels kan leren op de trein, dat ik gratis drinken krijg in elk restaurant, dat de straten altijd aangenaam ruiken, dat de allernieuwste anime gewoon op tv komen, dat er een prachtig schrijn is om de zes huizen en dat vrouwen nog elegant zijn.
Wim
PS. Zie dat laatste als een aanmoediging, niet als een steek, he meisjes ;)
Labels: japan
3 Commentaren:
Dank voor alle schitterende posts van je (toch wel veel te korte) verblijf in Japan! Ik heb ze met veel plezier gelezen en ik voel met je mee dat je nu terug in België moet zitten. Het moet wel pijn doen om na zo lang te zitten uitkijken om 'eindelijk' die éne droomreis te maken, dan ineens die tijd zo verdomd vlug voorbij te zien razen. Och, wie weet wat de toekomst brengt hé...
