“Taalverloedering is de prijs voor meer communicatie”
Chris Van Camp, o.a. gastcolumniste bij De Morgen - 22/04/05
“Mensen die nog maar twee generaties geleden woordeloos in de vlammen van hun kachel staarden, communiceren nu volop.” Mogelijk krijgen we daarom steeds meer taalverloedering over ons heen. Chris Van Camp wil zich wel om de taalpurist bekommeren, maar dan het liefst met enig leedvermaak.
Het zijn vast harde tijden voor taalpuristen. Vooral wanneer ze zich buiten de stoffigheid van hun ivoren toren wagen. Soms probeer ik me de helse pijnen voor te stellen die ze moeten lijden sinds de volksmond zich vastbeet in het medium televisie. Vroeger bleef het gebruik van het bargoens in programma's beperkt tot hijgende wielrenners in Sportweekend.
Nu mag je van epo zeggen wat je wil, het maakt een sporter blijkbaar wel rad van tong.
Helaas is hiermee de fakkel van het verbale geheikneuter niet uitgedoofd. Exotisch proza zoals “da hemme kik oek gezeit” overwoekert de autocue van de modale reality-soapster. Het leven zoals he is, dreigt één lange bloemlezing te worden uit de leegste hoofden van Vlaanderen. En als er dan al eens wat gezegd wordt, begrijpen we het bij gratie van de ondertitels. We slingeren ze lang niet alleen onder elk programma dat de Nederlandse televisie ons voedert. Nee, ze horen standaard bij het genre Afrit 9. Ook omdat zulke formats met steeds kleinere ploegjes worden gedraaid en de klankkwaliteit het eerste is wat sneuvelt onder de besparingen. Wat was er eerst: het nieuwerwetse gewauwel of de ruis?
Nu geloof ik niet dat we met de prehistorische plechtigheid van de eerste BRT-coryfeeën op het goede spoor zaten. Met hun anaal retentieve 'gebestekijker' leken ze wel door de ABN-politie gepenetreerde handpoppen. Dat maak je niet goed door twee slecht lippende Duitse herdershonden 'Hier spreekt men Nederlands' te laten presenteren. Iets wat vandaag niet meer door de politiek correcte beugel zou kunnen. Tenzij de obligate Afghaanse windhond ook in beeld kwam. Ik koester geen illusies over de hoogdagen van de pruimenmond. Het volk was monddood, het las niet, schreef nauwelijks.
Tijden veranderen en media niet minder. Moeten we de wildgroei van persoonlijke weblogs hekelen omdat ze veelal opgetrokken zijn in schabouwelijk Nederlands? Blijven we afkeurend het hoofd schudden bij het bekijken van de gemiddelde chatlog? En dan hebben we het niet eens over het hermetische SMS-jargon dat zich niet in groene boekjes laat vangen.
Ik kan niet anders dan het allemaal toejuichen. Vooral omdat mensen die nog maar twee generaties geleden woordeloos in de vlammen van hun kachel staarden, nu druk communiceren. Ze verwoorden wat de mens anno 2005 bezig houdt. Ik denk dat we de erfgoedwaarde van deze gigantische kroniek niet mogen onderschatten. Is die zogenaamde taalverloedering de prijs die we er voor betalen? Ik weet het niet. Geef toe, Olla vogella bekt ook niet perfect.
Nu moet ik bekennen dat mijn bekommernis voor de taalpurist in het rijk van de 'slang' met enig leedvermaak gepaard gaat. Die stokslagen omwille van de heersende dt-terreur kan ik niet vergeten. Vooral niet nu wetenschappelijk bewezen is dat je geen imbeciel hoeft te zijn om er te maken. Ik verwens nog steeds de juf die mij opstel na opstel nul gaf bij de eerste spelfout die ze vond. Ze kwam niet verder dan de eerste zin meestal en offerde mijn inhoud aan de norm. Door haar kwam ik terecht in de kloof tussen de steriele kamer van de kommaneuker en het verbale Sodom en Gomorra daarbuiten. Te creatief met spelling voor de ene, te barok voor de ander.
“Mensen die nog maar twee generaties geleden woordeloos in de vlammen van hun kachel staarden, communiceren nu volop.” Mogelijk krijgen we daarom steeds meer taalverloedering over ons heen. Chris Van Camp wil zich wel om de taalpurist bekommeren, maar dan het liefst met enig leedvermaak.
Het zijn vast harde tijden voor taalpuristen. Vooral wanneer ze zich buiten de stoffigheid van hun ivoren toren wagen. Soms probeer ik me de helse pijnen voor te stellen die ze moeten lijden sinds de volksmond zich vastbeet in het medium televisie. Vroeger bleef het gebruik van het bargoens in programma's beperkt tot hijgende wielrenners in Sportweekend.
Nu mag je van epo zeggen wat je wil, het maakt een sporter blijkbaar wel rad van tong.
Helaas is hiermee de fakkel van het verbale geheikneuter niet uitgedoofd. Exotisch proza zoals “da hemme kik oek gezeit” overwoekert de autocue van de modale reality-soapster. Het leven zoals he is, dreigt één lange bloemlezing te worden uit de leegste hoofden van Vlaanderen. En als er dan al eens wat gezegd wordt, begrijpen we het bij gratie van de ondertitels. We slingeren ze lang niet alleen onder elk programma dat de Nederlandse televisie ons voedert. Nee, ze horen standaard bij het genre Afrit 9. Ook omdat zulke formats met steeds kleinere ploegjes worden gedraaid en de klankkwaliteit het eerste is wat sneuvelt onder de besparingen. Wat was er eerst: het nieuwerwetse gewauwel of de ruis?
Nu geloof ik niet dat we met de prehistorische plechtigheid van de eerste BRT-coryfeeën op het goede spoor zaten. Met hun anaal retentieve 'gebestekijker' leken ze wel door de ABN-politie gepenetreerde handpoppen. Dat maak je niet goed door twee slecht lippende Duitse herdershonden 'Hier spreekt men Nederlands' te laten presenteren. Iets wat vandaag niet meer door de politiek correcte beugel zou kunnen. Tenzij de obligate Afghaanse windhond ook in beeld kwam. Ik koester geen illusies over de hoogdagen van de pruimenmond. Het volk was monddood, het las niet, schreef nauwelijks.
Tijden veranderen en media niet minder. Moeten we de wildgroei van persoonlijke weblogs hekelen omdat ze veelal opgetrokken zijn in schabouwelijk Nederlands? Blijven we afkeurend het hoofd schudden bij het bekijken van de gemiddelde chatlog? En dan hebben we het niet eens over het hermetische SMS-jargon dat zich niet in groene boekjes laat vangen.
Ik kan niet anders dan het allemaal toejuichen. Vooral omdat mensen die nog maar twee generaties geleden woordeloos in de vlammen van hun kachel staarden, nu druk communiceren. Ze verwoorden wat de mens anno 2005 bezig houdt. Ik denk dat we de erfgoedwaarde van deze gigantische kroniek niet mogen onderschatten. Is die zogenaamde taalverloedering de prijs die we er voor betalen? Ik weet het niet. Geef toe, Olla vogella bekt ook niet perfect.
Nu moet ik bekennen dat mijn bekommernis voor de taalpurist in het rijk van de 'slang' met enig leedvermaak gepaard gaat. Die stokslagen omwille van de heersende dt-terreur kan ik niet vergeten. Vooral niet nu wetenschappelijk bewezen is dat je geen imbeciel hoeft te zijn om er te maken. Ik verwens nog steeds de juf die mij opstel na opstel nul gaf bij de eerste spelfout die ze vond. Ze kwam niet verder dan de eerste zin meestal en offerde mijn inhoud aan de norm. Door haar kwam ik terecht in de kloof tussen de steriele kamer van de kommaneuker en het verbale Sodom en Gomorra daarbuiten. Te creatief met spelling voor de ene, te barok voor de ander.

